Als u de Drentse serie ‘Bartje’ (1972) heeft gezien, dan herinnert u zich het bekende fragment waarin het gezin aan tafel zit en Bartje zegt: “ik bid nie veur bruune boon’n’’. Dat Bartje een hekel had aan bonen was wel te begrijpen. Dit ‘armeluisvoer’ dat hij een paar keer per week op z’n bord kreeg, werd niet opgeleukt door spekjes, appelmoes of groenten.
Hoe zit het met uw ‘bonenliefde’? Staan ze bij u regelmatig op tafel? PuurGezond en Het Voedingscentrum adviseren om wekelijks ten minste 200 á 250 gram peulvruchten te eten. Ze zijn gezond omdat ze een uitstekende bron van eiwit, vezels en ijzer zijn. Daarnaast zijn ze goedkoop, duurzaam én zijn het goede vleesvervangers.
De woorden bonen en peulvruchten worden vaak in één adem genoemd, maar er is een verschil.
Alle bonen zijn peulvruchten, maar niet elke peulvrucht is een boon. Van peulvruchten eten we de zaden (bonen, opgeborgen in de peul), de hele zaadlijst (sperziebonen) of de kiem van de zaden (taugé).
U bent vast vertrouwd met een potje bonen. Niks mis mee! Maar hoe leuk is het om oude Friese bonen-rassen uit te proberen? Bent u bekend met soorten als de Friese Gele Woudboon (het gielewâldbeantsje), de Reade krobbe, de Dik Trom, de Kollumer zoete grauwe erwt, de Friese kapucijners of de Friese Janumer pronkboon? De weg naar uw bord is niet zo lang, want verkrijgbaar in eigen regio.
Het werd nooit wat met de ‘bonenliefde’ van Bartje. Hij ‘bliefde’ ze niet. Heeft u inspiratie nodig? Wat dacht u van stoofschotels, salades, pannenkoeken, quiches? Zelfs cake en koekjes vindt u in het kookboek ‘Bonen!’, geschreven door Joke Boon.
Smakelijke groet,
Petra Schipper, bestuurslid Better foar Letter

Credits hoofdfoto: Deze foto uit de originele serie ‘Bartje’ is gedigitaliseerd met Ai.
Credits foto2: Foto Joan v. d. Brug